“Om al ons vastgoed Paris Proof te maken, hebben we een forse investering nodig”, zegt Roderik Oddens, adviseur duurzaamheid bij gemeente ‘s-Hertogenbosch. “Daarom zetten wij in op een integrale verbetering.” In plaats van per pand te verduurzamen, bepaalt de gemeente per wijk welke voorzieningen nodig zijn en neemt zij verduurzaming daarin integraal mee.
Toekomstbestendige insteek
Roderik: “Onze insteek is niet meer puur de verduurzaming, maar toekomstbestendigheid. Dat houdt onder andere in dat de gebouwen van het gas af gaan en we ze vergroenen, maar ook dat ze een bijdrage leveren aan wijkversterking, klimaatadaptatie en biodiversiteit. Het is niet alleen die energietransitie, we willen op alle thema's versterken.”
Van pand naar wijk
“Wij werken steeds meer gebiedsgericht”, vertelt Roderik. “Dat betekent dat we per wijk of buurt bekijken hoe we die buurt kunnen verbeteren op sociale aspecten. We kijken naar maatschappelijk belang en milieukansen. Hoe gaan we de wijk verbeteren en wat moeten wij daar, vanuit vastgoed, aan bijdragen? Dat kan op verschillende manieren zijn.”

De drie G's
Roderik: “We gaan uit van de drie G's: gebied, gebouw, gebruiker. Vastgoed is natuurlijk druk met de gebouwen, maar het gaat vooral om de gebruikers die erin zitten. De gebruiker staat bij ons centraal en moeten we goed bedienen. En het omliggende gebied moeten we versterken. Zo krijg je klimaatbestendig vastgoed dat positief bijdraagt aan zowel het klimaat als een gezonde leefomgeving.”
“Vastgoed heeft met veel beleidsvelden te maken. Wij kunnen de integrale oplossing realiseren. Wellicht kunnen wij met ons vastgoed ondersteuning bieden aan, bijvoorbeeld, de versterking van de ecologie.”
Minder installaties nodig
Die bredere blik levert ook inventieve oplossingen op. “Wat de labeltechniek kenmerkt, is dat je veel in het gebouw moet stoppen om het labeltje hoger te krijgen – isolatie, installaties, zonnepanelen, batterijen. Kijk je breder dan alleen het label, dan kom je soms uit bij een andere, simpelere aanpak. Als het gebouw niet warm wordt, hebben we geen koeling nodig. Dit kan bijvoorbeeld door bomen op de juiste manier te positioneren. Als we juist kenmerken van de natuur inzetten om het gebouw te verbeteren, dan hebben we niet zoveel installaties nodig.”
Naar een gezamenlijke en bestuurlijke ‘stip’
Om de samenwerking met de verschillende beleidsvelden goed te laten werken is er wel wat nodig. “Je moet echt één gezamenlijk doel hebben”, zegt Roderik. “In plaats van dat elke afdeling naar zijn eigen ‘stip’ toewerkt, moeten we zorgen voor één gezamenlijke stip als gemeente. Daar heb je het college voor nodig, waaronder de wethouders voor maatschappelijk vastgoed, verduurzaming en wijkverbetering. Wij zijn er nu mee bezig om deze wethouders bij elkaar te krijgen, zodat ze daar de stip kunnen vaststellen en vanuit daar de afdelingen de opdracht kunnen geven het gezamenlijk op te pakken.”
Financieel noodzakelijk
Deze integrale aanpak brengt niet alleen maatschappelijke meerwaarde. Volgens Roderik is ze ook financieel noodzakelijk. “We hebben een berekening gemaakt. Als wij alles van het gas af willen en een Paris Proof-benoeming willen behalen, dan hebben we enorm veel geld nodig. Maar als we opgaves kunnen combineren en geldpotjes kunnen koppelen, kan je de euro's beter uitgeven. Door meer integraal aan de verbetering te werken hopen we het maatschappelijk vastgoed betaalbaar te houden.”
Meedoen?De thema's die Roderik aanhaalt zijn ook onderwerp van gesprek op:
Nog geen partner of lid van een Bouwstenen-netwerk? Stuur dan een mail naar info@bouwstenen.nl. |







